Op 22 oktober 2013 vond een woninginbraak plaats in een seniorencomplex te Haarlem, waarbij verdachte samen met twee medeverdachten een kluis met inhoud uit de slaapkamer van een 92-jarige bewoonster heeft weggenomen. De bewoonster lag te slapen op het bed naast de kast waaruit de kluis werd gestolen. Verdachte en zijn medeverdachten toonden geen terughoudendheid, ook niet toen de bewoonster wakker werd en vroeg wat ze gingen doen.
Tijdens de vlucht bedreigde verdachte een getuige met een breekijzer door dit boven zijn hoofd te heffen, wat werd bevestigd door de getuige en ondersteund door het aantreffen van het breekijzer en de kluis in de auto waarin verdachte werd aangehouden. De verdediging voerde aan dat verdachte niet de bedreiger was, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door meerdere personen met braak en bedreiging met geweld om de vlucht mogelijk te maken. Gelet op de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het bedreigend gedrag bij de vlucht, legde de rechtbank een gevangenisstraf van tien maanden op.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €315,88 aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade. De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op conform artikel 36f Sr, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De straf wordt verminderd met de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verdachte werd vrijgesproken van hetgeen hem meer of anders ten laste was gelegd dan het bewezen verklaarde.