ECLI:NL:RBNHO:2014:2735
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs invoer cocaïne via verwisselde koffers op Schiphol
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van het opzettelijk binnenbrengen van ongeveer 4411,8 gram cocaïne op Schiphol op 7 december 2013. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 36 maanden.
De kern van het bewijs draaide om een rode koffer met een bagagelabel op naam van een derde persoon, waarin de cocaïne was aangetroffen. Verdachte wees deze rode koffer aan als zijn eigen bagage, terwijl hij ook een zwarte koffer met zijn naam had, die hij echter niet herkende. De verdachte kon geen plausibele verklaring geven voor de aanwezigheid van de cocaïne of de vreemde bagagelabels.
De rechtbank oordeelde dat ondanks verdachte's verdachte gedragingen en onduidelijke verklaringen, het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat hij de cocaïne opzettelijk had ingevoerd. De mogelijke verwisseling van koffers en het ontbreken van concrete aanwijzingen over de rol van derden maakten een veroordeling niet mogelijk. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het opzettelijk invoeren van cocaïne.