Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
1 januari 2014.
477,50per kind per maand.
€ 273,00per maand, oftewel € 136,50 per kind per maand.
€ 45.801 en over 2012 € 21.063,00 (productie 4, IB-aangifte en jaarstukken). De post buitengewone baten dient buiten beschouwing gelaten te worden, nu dat incidenteel is geweest en is verwerkt in de vermogensopstelling, aldus de man.
€ 65.990,00.
€ 448,00per kind per maand, oftewel € 896,00 in totaal ten behoeve van [minderjarige] en [minderjarige].
€ 133.069,00, € 94.007.00, € 111.339,00 en € 30.390,00. Nu uit de voorlopige saldilijst grootboekrekeningen van 26 november 2013 blijkt dat de man in 2013 - aldus nadat partijen de samenleving hebben verbroken en de man bekend is met zijn onderhoudsverplichting jegens de minderjarigen- in staat blijkt tot privéonttrekkingen van minimaal € 95.412,00 tot en met november 2013, is de rechtbank van oordeel dat de stelling van de man niet slaagt. De huidige mate van welstand is voor de man blijkbaar niet anders dan tijdens het huwelijk. Kennelijk bestaat hiervoor de benodigde financieringsruimte. De man heeft volstrekt niet inzichtelijk gemaakt wat zijn vermogenspositie is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, gelet op de consequente wijze van onttrekken aan de onderneming geen rekening gehouden dient te worden met de opgegeven schulden. Waarbij de rechtbank nog opmerkt dat schulden betreffende een betalingsachterstand in kinderalimentatie aan een eerdere partner niet ten laste van de onderhoudsverplichting naar andere minderjarigen kunnen gaan. Ook zakelijke schulden komen doorgaans niet in aanmerking voor verlaging van de draagkracht, nu deze in de resultaten van de onderneming dienen te worden opgenomen. De man draagt per maand bij in de studie van zijn 21-jarige dochter, voor wie de man niet meer onderhoudsplichtig is. De rechtbank is van oordeel dat gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, de man deze last uit zijn vrije ruimte dient te voldoen.
€ 199,00per kind per maand. De rechtbank is van oordeel dat de man geacht kan worden deze kinderbijdrage te betalen.
3.De beslissing
pro formaaan tot donderdag
14 april 2014en bepaalt dat conform artikel 9.3 van het procesreglement scheiding uiterlijk vier weken vóór deze datum na te melden bescheiden in het geding dienen te worden gebracht:
- een bewijs van inschrijving van de echtscheiding;
- een overzicht per datum ontbinding van de samenstelling van de gemeenschap(pen) en de waarde van de verschillende boedelbestanddelen per overeengekomen peildatum, dan wel, indien geen overeenstemming over de peildatum bestaat, de actuele waarde;
- indien verschil van mening bestaat over de waarde, de wijze waarop de waarde moet worden vastgesteld vergezeld van een voorstel met betrekking tot eventueel te benoemen taxateur(s):
- een voorstel tot verdeling.