Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Procesverloop
,verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Overwegingen
en wethoudersacht verweerder een kennelijke verschrijving. Immers in het besluit wordt in het enkelvoud gerefereerd aan het bevoegde gezag.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster, eigenaar van een bedrijfspand, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Zaanstad om het pand voor drie maanden te sluiten wegens de aanwezigheid van een hennepkwekerij met 376 planten en een frauduleuze elektriciteitsaansluiting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat het pand vermoedelijk werd gebruikt voor de verkoop of aflevering van hennep, een middel op lijst II van de Opiumwet. Verzoekster stelde dat het besluit onbevoegd was genomen en dat geen belang werd gediend met sluiting, omdat zij actief optreedt tegen hennepteelt en het pand inmiddels ontruimd was.
De rechter vond dat het besluit voldoende gemotiveerd was, dat het belang van de openbare orde en handhaving zwaarder woog dan het financiële belang van verzoekster, en dat het ontbreken van beleidsregels niet tot willekeur leidde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.