Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 januari 2014 in de zaken tussen
Stichting Stadsraad Monnickendam,
de gemeente Waterland, te Waterland.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een beroep en een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Waterland om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van extra parkeerplaatsen aan de Leo Hordijkstraat, Willem van der Voetstraat en Burgemeester Versteegstraat te Monnickendam, waarbij een klein deel van de monumentale vestingswallen wordt aangetast.
Eisers, waaronder de Stichting Stadsraad Monnickendam en een individuele eiseres, betwisten de vergunningverlening. De Stichting wordt ontvankelijk verklaard, terwijl de individuele eiseres niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens het niet aannemelijk maken van het indienen van een zienswijze. De rechtbank stelt vast dat het nieuwe bestemmingsplan ‘Monnickendam Binnen de Vesting 2013’ in werking is getreden en dat de parkeerplaatsen conform dit plan zijn.
De kern van het geschil is of het college in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen, waarbij het gebruiksbelang voor parkeerruimte zwaarder zou wegen dan het monumentenbelang. De rechtbank oordeelt dat het belang van monumentenzorg geen absoluut of voorranghebbend belang is, maar nevengeschikt aan andere belangen. Het college heeft gemotiveerd afgeweken van het negatieve advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed vanwege de noodzaak van extra parkeerruimte, onderbouwd door het ‘Actieplan parkeren’ en verzoeken van buurtbewoners en hulpdiensten.
De voorzieningenrechter acht de belangenafweging niet onredelijk of onbegrijpelijk en wijst het beroep van de Stichting ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.