Op 19 september 2011 ontstond in een strandtent te Overveen een conflict over het volume van de muziek, waarbij verdachte samen met een medeverdachte het slachtoffer mishandelde. De mishandeling bestond uit duwen, schoppen, slaan en stompen, onder meer met een sleutel, waardoor het slachtoffer letsel en pijn ondervond.
De politierechter achtte de verklaring van een getuige, die zowel het slachtoffer als de verdachten kende, het meest betrouwbaar. Verdachte stond het geweld niet alleen toe, maar ondersteunde het actief, waarmee medeplegen werd bewezen. Het verweer van noodweer werd verworpen omdat het geweld van verdachte en medeverdachte uitging en het slachtoffer slechts reageerde.
De officier van justitie vorderde een werkstraf van 100 uur, waarvan 50 voorwaardelijk, en een schadevergoeding van 1.475,53 euro. De verdediging vroeg om vrijspraak of een milde straf vanwege de geringe rol van verdachte en het tijdsverloop. De politierechter hield rekening met de ernst van het geweld, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, en legde een taakstraf op met een proeftijd van twee jaar.
De schadevergoeding werd vastgesteld op 1.326,53 euro, bestaande uit materiële en immateriële schade, waarbij een deel van de gevorderde schade werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs of niet rechtstreeks voortvloeiend uit het bewezen feit. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag, met een schadevergoedingsmaatregel gekoppeld aan een vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Het vonnis werd uitgesproken op 7 april 2014 door politierechter E.L. Grosheide, waarbij verdachte ook werd veroordeeld in de kosten van de benadeelde partij.