Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
3.De beoordeling
4.Beslissing
16 april 2014.
Rechtbank Noord-Holland
Tijdens een zitting van de meervoudige strafkamer vroeg de rechter aan de advocaat van de verdachte of hij bepaalde camerabeelden had gezien. De advocaat ontkende dit, waarna de rechter ongevraagd een samenvatting van de beelden gaf, waarbij zij de naam van de verdachte noemde. Dit leidde tot de vrees bij de raadsman dat de rechter haar oordeel al had gevormd, wat de schijn van vooringenomenheid wekte.
De wrakingskamer overwoog dat hoewel de rechter niet per se vooringenomen was, de formulering zodanig was dat de vrees van de raadsman objectief gerechtvaardigd was. Het voorbehoud van de rechter, direct na de naam van de verdachte te hebben genoemd, maakte dit niet anders. De schijn van partijdigheid was daarmee reeds gewekt.
Op grond hiervan werd het wrakingsverzoek toegewezen. De rechtbank bepaalde dat de hoofdzaak verder behandeld zou worden door een andere rechter en dat een afschrift van de beslissing aan alle betrokkenen zou worden gezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter werd toegewezen vanwege de objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid.