ECLI:NL:RBNHO:2014:4088
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ambtshalve proceskostenvergoeding in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2007. De inspecteur heeft het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag vernietigd, maar nagelaten een beslissing te nemen over het verzoek om proceskostenvergoeding. Later heeft de inspecteur ambtshalve een forfaitaire proceskostenvergoeding toegekend, waartegen eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de beschikking tot het al dan niet vergoeden van kosten op grond van artikel 7:15, derde lid, Awb een samenhangend besluit is waartegen geen zelfstandig bezwaar of beroep openstaat. Een tweede uitspraak op bezwaar is niet mogelijk binnen het stelsel van de Awr en Awb. De ambtshalve beschikking is geen voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 26, eerste lid, Awr en kan niet als zodanig worden aangemerkt.
Daarom is het beroep tegen deze beschikking niet-ontvankelijk. Ook is het beroep tegen de eerdere uitspraak op bezwaar niet ontvankelijk omdat het na de wettelijke termijn is ingediend zonder verschoonbare reden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve toegekende proceskostenvergoeding is niet-ontvankelijk verklaard.