ECLI:NL:RBNHO:2014:4273
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf voor invoer van 1430 gram cocaïne te Schiphol
Op 16 januari 2014 heeft verdachte opzettelijk een hoeveelheid van 1430 gram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland gebracht via Schiphol. Verdachte bekende het ten laste gelegde feit tijdens de terechtzitting. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het middel cocaïne invoerde, bedoeld voor verdere verspreiding en handel.
Namens verdachte werd een beroep op psychische overmacht gedaan, waarbij werd gesteld dat verdachte onder dreiging van geweld door een criminele organisatie tot de smokkel was gedwongen. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de gestelde bedreiging en psychische druk niet aannemelijk waren gemaakt en de verklaringen van verdachte inconsistent waren.
Verdachte had eerder twee veroordelingen voor drugsgerelateerde feiten, waarvan de laatste in 2009 in Brussel. De rechtbank rekende deze recidive zwaar aan bij de strafoplegging. De officier van justitie had 22 maanden gevangenisstraf geëist, maar de rechtbank legde een straf van 18 maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht.
De rechtbank vond geen aanleiding om rekening te houden met persoonlijke omstandigheden van verdachte of met het betoog dat hij onder druk handelde. De straf is conform richtlijnen en houdt rekening met de ernst van het feit en de recidive.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van 1430 gram cocaïne.