ECLI:NL:RBNHO:2014:4278
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke invoer van cocaïne te Schiphol
Op 9 februari 2014 heeft verdachte opzettelijk een hoeveelheid van circa 1.150 gram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland gebracht via Schiphol. De rechtbank stelde vast dat verdachte dit feit heeft begaan en verklaarde het bewezen op basis van zijn bekennende verklaring en diverse proces-verbalen, waaronder een rapportage van het Douanelaboratorium.
Verdachte werd eerder in 2010 veroordeeld voor een soortgelijk feit, wat meewoog in de strafoplegging. De rechtbank hield tevens rekening met de persoonlijke en medische omstandigheden van verdachte. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van tien maanden, welke eis de rechtbank passend en geboden achtte.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot tien maanden gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte werd vrijgesproken van wat hem meer of anders ten laste was gelegd dan het bewezen verklaarde. De straf is opgelegd onder toepassing van artikel 2 en Pro 10 van de Opiumwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van cocaïne.