ECLI:NL:RBNHO:2014:4279
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke invoer van 0,6 kilogram cocaïne via Schiphol
Op 15 januari 2014 heeft verdachte opzettelijk een hoeveelheid van 0,6 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland gebracht via Schiphol. Verdachte heeft dit ten laste gelegde feit bekend tijdens de terechtzitting. De rechtbank achtte het bewezen dat de hoeveelheid cocaïne bestemd was voor verdere verspreiding en handel, wat ernstige gevolgen heeft voor de volksgezondheid en samenhangt met andere vormen van criminaliteit.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De verdediging voerde aan dat een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd moest worden vanwege een vermeende onrechtmatige inbewaringstelling, omdat bij de aanhouding nog niet duidelijk was dat verdachte cocaïne in zijn lichaam vervoerde.
De rechtbank verwierp dit verweer, omdat de bodyscan een indicatie gaf dat verdachte vermoedelijk verdovende middelen inwendig vervoerde, wat de inbewaringstelling rechtvaardigde. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan, legde de rechtbank de geëiste straf op. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de opgelegde gevangenisstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van 0,6 kilogram cocaïne via Schiphol.