ECLI:NL:RBNHO:2014:4280
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke invoer van 1,93 kilogram heroïne via Schiphol
Op 9 februari 2014 werd verdachte op Schiphol aangehouden nadat in zijn bagage vier pakketten met in totaal 1,93 kilogram heroïne werden gevonden. Verdachte verklaarde ter terechtzitting dat hij dacht wiet te vervoeren, maar de rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig vanwege het Nederlandse beleid en zijn eerdere verklaring bij de rechter-commissaris waarin hij toegaf heroïne te vervoeren.
De rechtbank concludeerde dat verdachte opzettelijk heroïne het Nederlandse grondgebied heeft binnengebracht, waarmee hij het strafbare feit van invoer van een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet heeft begaan. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsloten.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 24 maanden, terwijl de verdediging pleitte voor 16 maanden waarvan de helft voorwaardelijk, mede op grond van persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van een strafblad. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de hoeveelheid en de schadelijkheid van heroïne, maar ook met de jeugdige leeftijd en blanco strafblad van verdachte.
Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht. De rechtbank sprak verdachte vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan bewezen werd verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf voor opzettelijke invoer van 1,93 kilogram heroïne.