Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 196,00
€ 3.000,00
€ 196,00
€ 3.000,00
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
36 (zesendertig) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op drie jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.466,49(zegge: vijfduizend vierhonderdzesenzestig euro en negenenveertig cent), bestaande uit € 2.466,49 voor de materiële en € 3.000,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, aan[slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
62 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft. Genoemd bedrag bestaat uit materiële en immateriële schade.