ECLI:NL:RBNHO:2014:4747

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 mei 2014
Publicatiedatum
22 mei 2014
Zaaknummer
AWB-14_937
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:4 AwbWet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring bestuursrechter bij schadevergoeding wegens onrechtmatig bestuurshandelen na 1 juli 2013

Eiseres, volledig doof en communicatie via gebarentaal, diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering die werd afgewezen. Na een hoorzitting waarbij de bezwaararbeidsdeskundige voortijdig vertrok, diende zij een klacht in die gegrond werd verklaard. Eiseres verzocht vervolgens om vergoeding van materiële en immateriële schade.

Verweerder wees deze verzoeken af omdat het bezwaar ongegrond was en immateriële schade niet vergoed kan worden. De rechtbank overwoog dat sinds 1 juli 2013 de Wet nadeelcompensatie van kracht is, waardoor op grond van artikel 8:4 Awb Pro geen beroep meer kan worden ingesteld tegen besluiten over schadevergoeding wegens onrechtmatig bestuurshandelen.

Omdat het schadeveroorzakende handelen na deze datum plaatsvond, is de rechtbank niet bevoegd om de zaak inhoudelijk te beoordelen en verklaart zij zich onbevoegd. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen het besluit tot schadevergoeding wegens onrechtmatig bestuurshandelen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 14/937

uitspraak van de meervoudige kamer van 26 mei 2014 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. J. van Embden),
en
de raad van bestuur van het Uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Bij separate besluiten van 12 november 2013 (het primaire besluit 1 en 2) heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat de gevraagde materiële schadevergoeding in verband met de eigen bijdrage voor de toevoeging juridische bijstand en de gevraagde immateriële schadevergoeding worden afgewezen.
Bij besluit van 14 januari 2014 (het bestreden besluit), aangevuld op 16 januari 2014, heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2014. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en een doventolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. R. Zaagsma.

Overwegingen

1.
De rechtbank gaat uit van de volgende relevante feiten en omstandigheden. Eiseres, geboren op [geboortedag] 1995, is vanaf haar geboorte volledig doof en kan niet praten. Zij communiceert via gebarentaal en schrift. Op 27 februari 2013 heeft eiseres een aanvraag ingediend om een uitkering op grond van de Wet Wajong. Bij besluit van 22 mei 2013 heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar ingediend. Op 2 juli 2013 vond een hoorzitting bij verweerder plaats. De bezwaararbeidsdeskundige heeft deze hoorzitting voortijdig verlaten. Op 9 augustus 2013 heeft eiseres hierover een klacht ingediend. Bij schrijven van 9 september 2013 heeft verweerder de klacht van eiseres gegrond verklaard. Op 25 oktober 2013 heeft eiseres verzocht om een schadevergoeding van € 1.006,09 (zijnde € 156,09 eigen bijdrage juridische bijstand en € 850,- immateriële schade) in verband met gegrondverklaring van de klacht. Verweerder heeft deze verzoeken afgewezen. Op vergoeding van de eigen bijdrage bestaat geen recht, omdat het bezwaar ongegrond is verklaard en voor immateriële schade is geen vergoeding mogelijk, aldus verweerder.
2.
Eiseres heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat aan haar schadevergoeding toekomt, wegens hetgeen op de hoorzitting bij verweerder is voorgevallen. Eiseres wijst er op dat haar klacht hierover gegrond is verklaard.
3.
De rechtbank overweegt als volgt. Met ingang van 1 juli 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten in werking getreden (Stb 2013, 50) (verder: Wet nadeelcompensatie). Met de inwerkingtreding van deze wet is in artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inzake vergoeding van schade wegens onrechtmatig bestuurshandelen. Omdat het gestelde schadeveroorzakende handelen van verweerder heeft plaatsgevonden na 1 juli 2013, is op grond van artikel IV van de Wet nadeelcompensatie het nieuwe recht van toepassing.
4.
Omdat geen beroep kan worden ingesteld, is de bestuursrechter niet bevoegd te oordelen over de inhoud van dit besluit.
5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, voorzitter, en mr. L.M. Kos, mr. A.T.B. de Vries leden, in aanwezigheid van mr. A. Buiskool, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2014.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.