ECLI:NL:RBNHO:2014:4901
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A. Boom
- M.J.M. Verpalen
- M. Daalmeijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs zelfstandig voordeel
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €136.288 van veroordeelde, gebaseerd op een eerdere veroordeling voor medeplegen van gewoontewitwassen. De vordering was gebaseerd op berekeningen van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met een korting wegens zendapparatuur die door het slachtoffer was aangeschaft.
Veroordeelde en haar raadsvrouw betoogden dat zij niet op de hoogte was van de herkomst van het geld en het geld niet tot haar beschikking had gehad. Subsidiair werd een lagere ontnemingsvordering van €38.000 voorgesteld, gebaseerd op verklaringen van de medeverdachte.
De rechtbank oordeelde dat, hoewel veroordeelde heeft meegeprofiteerd van de oplichting door haar echtgenoot, niet kan worden vastgesteld dat zij zelfstandig voordeel heeft verkregen. Het voordeel lag vooral in het medegebruik van luxe goederen die met de oplichtingsgelden waren aangeschaft. Daarom werd de vordering tot ontneming afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs van zelfstandig voordeel van veroordeelde.