ECLI:NL:RBNHO:2014:4913
Rechtbank Noord-Holland
- Prejudiciële beslissing
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot bewaring na sepot wegens gebrek aan nieuw bewijs
Op 22 augustus 2011 vond een woningoverval plaats waarbij de bewoner met fors geweld werd benaderd. Verdachte werd in november 2011 aangehouden en in verzekering gesteld, maar de rechter-commissaris wees de vordering tot bewaring af wegens gebrek aan ernstige bezwaren. Later kwamen nieuwe onderzoeksresultaten van het NFI beschikbaar, waarop de officier van justitie opnieuw aanhouding beval en een Europees Arrestatiebevel uitvaardigde.
Het einddossier, inclusief de nieuwe NFI-gegevens, werd in juni 2012 afgerond en aan het Openbaar Ministerie verstrekt. Op 11 maart 2013 werd de zaak geseponeerd wegens onvoldoende wettig bewijs. De rechter-commissaris stelt vast dat deze sepotbeslissing bindend is en dat er geen nieuw bewijs (novum) na deze datum is gekomen.
De recente aanhouding van verdachte op 15 april 2014 en de inverzekeringstelling op 16 april 2014 worden daarom als onrechtmatig beoordeeld. Gezien artikel 67a, derde lid, Sv, wordt de vordering tot bewaring afgewezen omdat ernstig rekening moet worden gehouden met niet-ontvankelijkheid van de vervolging.
Uitkomst: De vordering tot bewaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuw bewijs na sepot.