Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 eerste cumulatief/alternatief ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken, nu verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd ook overigens voldoende wettig bewijs daartoe ontbreekt.
Ten aanzien van feit 4 (parketnummer 15/710225-13):
Aangever is naar de woning van verdachte gegaan. Nadat verdachte de bedreigende uitingen had gebezigd zoals vermeld op de tenlastelegging heeft hij zijn handen achter zijn rug bij zijn broekriem geplaatst alsof hij daar iets wilde pakken. Aldus voelde aangever zich zeer bedreigd en heeft ter verdediging verdachte een schop gegeven. Aldus is niet aannemelijk geworden dat op het moment dat verdachte de bedreigende uitingen deed reeds sprake was van een al dan niet wederrechtelijke aanranding. De schop vond immers plaats in reactie op de bedreiging. Het beroep op noodweer mist feitelijke grondslag en wordt daarom verworpen.