ECLI:NL:RBNHO:2014:5131

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 mei 2014
Publicatiedatum
4 juni 2014
Zaaknummer
C/14/154027/HA RK 14/79
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking afgewezen wegens gebrek aan motivering

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een lopende procedure. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 37 Rv Pro, omdat de gronden voor wraking ontbraken. Verzoeker stelde slechts dat de zaak niet bij de sector kanton thuishoorde, maar bij de bestuursrechter, zonder te motiveren waarom dit de onpartijdigheid van de rechter zou aantasten.

De wrakingskamer verwees naar het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat een wrakingsverzoek voldoende gemotiveerd moet zijn om ontvankelijk te zijn. Omdat het verzoek niet gemotiveerd was, werd het als kennelijk niet-ontvankelijk aangemerkt en buiten behandeling gesteld.

De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet zoals die was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking is buiten behandeling gesteld wegens gebrek aan motivering.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Wrakingskamer, locatie Alkmaar
zaaknummer: C/14/154027/HA RK 14/79
Datum uitspraak : 20 mei 2014
BESLISSINGop het verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), ingediend door:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker.

1.PROCESVERLOOP

1.1.
Verzoeker heeft bij brief van 18 april 2014, ontvangen door de wrakingskamer op 30 april 2014, een “klacht” ingediend, die gelet op de bewoordingen in de brief is opgevat als een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 37 Rv Pro. De gewraakte rechter is mr. L. van der Heijden (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter in de procedure met nummer 2574001 CV EXPL 13-4795.
1.2.
De rechter heeft schriftelijk en gemotiveerd laten weten niet te berusten in de wraking.
1.3.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK

2.1.
Op grond van artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.
2.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 37 Rv Pro dient een verzoek tot wraking echter de gronden van het verzoek te bevatten. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij van mening is dat zijn rechtszaak niet bij de sector kanton, maar bij de bestuursrechter thuishoort. Over dit standpunt heeft de rechter nog geen beslissing genomen; de zaak is door de rechter voor vonnis gezet op 23 april 2014. Verzoeker heeft op geen enkele wijze aangegeven waarom de rechter bij de behandeling van de zaak en bij de nog te nemen beslissing niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn. Aangezien het verzoek in dit geval in het geheel niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.
2.3.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/ Organisatie/ Rechtbanken/ Rechtbank Noord-Holland/ Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

3.BESLISSING

De rechtbank:
3.1.
stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
3.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
3.3.
bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 2574001 CV EXPL 13-4795) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de voorzitter van de rechtbank Noord-Holland, afdeling Privaatrecht, sectie Kanton, locatie Alkmaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Affourtit-Kramer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 mei 2014.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.