Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Beoordeling
hoofdsomvan € 157,97 en dat door alle bijkomende (proces)kosten verzoekster een bedrag van € 1.811,18 dient te voldoen. Dit komt neer op een stijging tot nagenoeg 1.150 % van de oorspronkelijk hoofdsom. Zeker gezien de omstandigheid dat verzoekster reeds voorafgaand aan de beslaglegging een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling had ingediend, is de rechtbank van oordeel dat het belang van verzoekster dient te prevaleren boven het belang van de schuldeiser. De gevraagde voorziening zal daarom worden toegewezen in afwachting van de beslissing op het verzoek toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.