Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
De Geniepoort.
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
“het uitvoeren van andere opdrachten door verdachte”.De raadsman heeft verzocht dit onderdeel van de tenlastelegging nietig te verklaren omdat onduidelijk is wat met deze zinsnede wordt bedoeld.
De rechtbank is van oordeel dat dit beroep op partiële nietigheid van de dagvaarding dient te worden verworpen, nu bedoelde zinsnede een sluitstuk vormt van een opsomming en opdrachten omvat die niet zijn opgenomen in eerdergenoemde opsomming, maar wel in het dossier naar voren zijn gekomen; te weten het halen van cocaïne en telefoonkaarten. Naar het oordeel van de rechtbank is de desbetreffende zin daarmee voldoende duidelijk zodat het beroep op partiële nietigheid van de dagvaarding wordt afgewezen.
3.InleidingOp zaterdag 17 augustus 2013 om 9.15 uur heeft verdachte via het alarmnummer 112 verzocht om een ambulance op het adres [straat] te [plaats] Bij aankomst trof het personeel van de ambulancedienst een man aan die geen teken van leven meer vertoonde. Direct hierop werd gestart met reanimatie, maar omstreeks 09:45 uur werd door personeel van de ambulancedienst vastgesteld dat de man was overleden. Deze man bleek genaamd te zijn: [Slachtoffer 1.] , roepnaam [Slachtoffer 1.] , geboren: [geboortedatum] te [geboorteplaats 2] .
4.Bewijs
In de visie van de verdediging kan een alternatief scenario op basis van de onderzoeksresultaten die in de richting van verdachte wijzen niet worden uitgesloten, namelijk dat het slachtoffer in de nacht van 17 augustus 2013 is thuisgekomen en vóór die tijd door een onbekende buitenshuis is mishandeld.
Het overlijden van [Slachtoffer 1.] geboren op [geboortedatum] , wordt volledig verklaard door verbloeding opgetreden ten gevolge van een zeer uitgebreid traumatisch leverletsel al dan niet in combinatie met uitgebreide bloeduitstortingen in de onderhuidse weefsels en spieren. [5] ” Het sectierapport houdt, naast voornoemde conclusie, onder meer de volgende resultaten in:
De rechtbank heeft bij dit oordeel in aanmerking genomen dat het onderzoek ter terechtzitting geen enkele aanwijzing – ook niet in één der verklaringen van verdachte – heeft opgeleverd voor de mogelijkheid dat in die nacht een uitzonderlijk ongeval zou hebben plaatsgevonden als in noot 9 aangeduid.
“Ik heb
“Ongeveer zes maanden nadat ik erin was getrokken, ben ik voor het eerst door [verdachte] geslagen. Ik ben ongeveer 2 jaar door [verdachte] geslagen. Eén jaar voordat ik wegging, werd het erger. Ook [Slachtoffer 1.] werd geslagen. Het ging om dezelfde periode. Hij sloeg met gebalde vuist op het lichaam, maar met vlakke hand in het gezicht.”Eerder bij de politie heeft [Slachtoffer 2.] verklaard dat [Slachtoffer 1.] en hij zo’n twee keer per week door verdachte werden mishandeld [16] en dat hij eind maart 2013 uiteindelijk is gevlucht: “
Ik heb het er ook met [Slachtoffer 1.] over gehad dat ik weg moest, want een van ons zou het bekopen met de dood. Het werd steeds erger thuis. Ik denk dat [Slachtoffer 1.] dacht dat ik niet weg zou gaan” [17] . “Ik heb ook tegen [Slachtoffer 1.] nog voor Kerst gezegd dat ik ging, want het geweld werd steeds erger. Het was ik of [Slachtoffer 1.] die er aan zouden gaan. [verdachte] werd toen steeds gewelddadiger, hij begon te trillen, schreeuwen, en steeds meer geweld toe te passen. Ik ben er van overtuigd dat het een van ons zijn leven zou gaan kosten. [18]
”Als je zo een snee in je wenkbrauw hebt, moet ergens bloed zitten. Normaal gesproken bloedt zo’n wond heftig” [20] .
“Nee, maar ik denk het niet. Hij had straf van [verdachte] en mocht bijna niet weg” [30] . Uit onderzoek naar de telefoon van [Getuige 1.] is gebleken dat hij op 16 augustus 2013 om 21.36 uur telefonisch contact heeft gehad met verdachte, op een moment waarop verdachte zich in Beverwijk bevond [31] .
.Ter zitting heeft verdachte weer een andere verklaring afgelegd. Verdachte lag te slapen en hoorde toen plotseling een bonk. Hij is gaan kijken en vond [Slachtoffer 1.] in zijn slaapkamer, liggend op de grond. Omdat hij niet reageerde heeft verdachte hem aan zijn schouders begeleid naar de douche. Al die tijd waren de ogen van [Slachtoffer 1.] open. Verdachte dacht aan de ogen van [Slachtoffer 1.] te zien dat de douche hem goed deed, maar heeft geen beweging bij [Slachtoffer 1.] waargenomen. Vervolgens heeft verdachte [Slachtoffer 1.] naar beneden getild.
Daarnaast neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Uit de hierna te noemen voor feit 2 relevante redengevende feiten en omstandigheden – welke de rechtbank tevens gebruikt voor de bewijsconstructie ten aanzien van feit 1 – blijkt dat [Slachtoffer 1.] in de maanden voorafgaand aan zijn overlijden door verdachte werd mishandeld. Verdachte heeft dit feit in algemene zin ter terechtzitting erkend, waarover later meer bij de bespreking van het onder 2 tenlastegelegde. Voor feit 1 is van belang om vast te stellen dat naarmate de tijd verstreek, de mishandelingen erger werden. Nog voor de kerst 2012 zei [Slachtoffer 2.] tegen [Slachtoffer 1.] dat hij bang was dat één van hen het zou bekopen met de dood. De laatste maanden voor zijn overlijden werden de mishandelingen frequenter en ernstiger, getuige de verklaring van [Getuige 1.] die verdachte letterlijk waarschuwde (“je slaat hem nog een keer dood”), de veelvuldige ziekenhuisbezoeken in juli/augustus 2013 wegens meerdere ribfracturen en hematomen aan zijn oor en de anonieme melding op 8 augustus 2013 van naar later bleek [Getuige 1.] bij het meldpunt huiselijk geweld, een week voordat [Slachtoffer 1.] overleed.
De rechtbank verwerpt, gelet op het bovenstaande, het door verdediging gepresenteerde alternatieve scenario en acht verdachte verantwoordelijk voor de dood van [Slachtoffer 1.] .
Het met kracht slaan of trappen in de buikstreek kan naar algemene ervaringsregels leiden tot iemands dood, juist vanwege de aanwezigheid van kwetsbare organen zoals in dit geval de lever en de galblaas. Verdachte wist bovendien als redelijk geoefend kickbokser welk letsel hij kon veroorzaken. Tenslotte heeft [Getuige 1.] verdachte meerdere keren gesmeekt om te stoppen met het mishandelen van [Slachtoffer 1.] , omdat hij bang was dat verdachte hem nog eens dood zou slaan. Onder die omstandigheden heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard op de dood van [Slachtoffer 1.] .
Getuigenmet betrekking tot feit 1 is opgenomen;
Medische stukken);
Melding huiselijk geweld;
Onderzoek doodsoorzaak en tijdstip overlijden.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
onder 1 bewezenverklaardelevert op:
onder 2 primair bewezenverklaardelevert op:
onder 3 bewezenverklaardelevert op:
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
Strafverzwarend acht de rechtbank de omstandigheid dat verdachte meerdere malen door zijn ‘neef ’ [Getuige 1.] was gewaarschuwd om te stoppen met het mishandelen van zijn huisgenoot omdat hij de kans groot achtte dat hij hem een keer dood zou slaan. Desondanks is verdachte doorgegaan met het mishandelen van zijn huisgenoot, waarbij de laatste mishandeling heeft geleid tot de dood van [Slachtoffer 1.] .
8.Vermogensmaatregel
9. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
onder 4is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
onder 1, 2 primair en 3ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4 weergegeven.
onder 1, 2 primair en 3meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
onder 1, 2 primair en 3bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.
12 (twaalf) jaar.