Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
Artikel XXXIV (overgangsrecht vervanging heffingsrente door belastingrente)
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een vennootschap opgericht in 2011 met een verlengd boekjaar tot eind 2012, kreeg een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met heffingsrente volgens het oude regime. Zij maakte bezwaar tegen de heffingsrente, maar dit werd gehandhaafd. Vervolgens stelde zij beroep in tegen deze beschikking.
Het geschil betrof de vraag of het overgangsrecht in artikel XXXIV van het Belastingplan 2012, dat het oude heffingsrente-regime toepast op aanslagen voor boekjaren die vóór 1 januari 2012 zijn aangevangen, in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro. Eiseres stelde dat zij gelijk behandeld moest worden als vennootschappen met boekjaren die eindigen in 2012 maar na 1 januari 2012 zijn begonnen, die onder het nieuwe belastingrente-regime vallen.
De rechtbank stelde voorop dat ongelijke behandeling niet per definitie discriminatie inhoudt, mits er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid op fiscaal terrein. De rechtbank oordeelde dat het overgangsrecht een objectieve en redelijke rechtvaardiging biedt, omdat het praktische en uitvoeringstechnische redenen dient en voorkomt dat het nieuwe regime terugwerkt naar perioden vóór 2012.
Daarmee is geen sprake van een schending van het discriminatieverbod. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de heffingsrente is ongegrond verklaard.