Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Procesverloop
Overwegingen
Ter zitting heeft verweerder aangegeven de begunstigingstermijn in de bestreden besluit te verlengen tot drie weken na de datum van de zitting van de voorzieningenrechter.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker had een steiger en berging naast zijn woonboot gebouwd zonder omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Waterland legde hem een last op om deze bouwwerken te verwijderen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De rechter oordeelde dat zowel de steiger als de berging bouwwerken zijn die vergunningplichtig zijn omdat zij direct of indirect steun vinden op de grond en bedoeld zijn om ter plaatse te functioneren.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving konden verhinderen, zoals zicht op legalisatie of disproportionaliteit. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel faalde, evenals het argument dat de steiger voor de Wabo was gebouwd. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en bevestigde het handhavend optreden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit werd afgewezen.