Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
Verdachte werd beschuldigd van mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie in de periode van 2010 tot 2013, met betrekking tot een slachtoffer dat seksuele diensten verrichtte. De tenlastelegging omvatte onder meer het gebruik van dwang, geweld, afpersing en misbruik van een kwetsbare positie.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van de feiten, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend vast te stellen. Het vermeende slachtoffer had geen aangifte gedaan en ontlastende verklaringen afgelegd. Daarnaast waren getuigenverklaringen grotendeels van horen zeggen en onvoldoende concreet.
Ook voor de beschuldiging van deelname aan een criminele organisatie ontbrak het bewijs dat verdachte een volwaardig lid was met een aandeel in de criminele activiteiten. De rechtbank concludeerde dat verdachte vrijgesproken moest worden van alle tenlastegelegde feiten en wees de vordering tot gevangenneming af.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.