ECLI:NL:RBNHO:2014:619
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling dividenduitkering aandelen bij beursgang voor dividendbelasting
Eiseres, een Nederlandse investeringsmaatschappij, keerde op 5 oktober 2011 aandelen uit als dividend in natura. Deze aandelen werden een dag later voor het eerst beursgenoteerd en verhandeld. De waarde van het dividend was voor de dividendbelasting bepalend. Verweerder stelde de waarde vast op basis van de prospectuswaarde van 31 augustus 2011, terwijl eiseres de waarde baseerde op de gemiddelde slotkoersen van de eerste handelsdagen na de beursgang.
De rechtbank oordeelde dat de slotkoersen van de dagen na de beursgang belangrijke gegevens vormen voor de bepaling van de waarde in het economische verkeer op het moment van uitkering. De prospectuswaarde was minder geschikt omdat deze slechts een indicatieve waarde was gebaseerd op oudere financiële gegevens en een voorgeschreven methodiek van de beurs.
Omdat eiseres haar aangifte dividendbelasting had gebaseerd op de juiste waarde, werd het beroep gegrond verklaard, de naheffingsaanslag vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank benadrukte dat de systematiek van dividendbelasting en de wettelijke bepalingen niet in de weg staan aan het gebruik van latere beurskoersen voor waardebepaling.
Uitkomst: De naheffingsaanslag dividendbelasting wordt vernietigd omdat de waarde van de dividenduitkering moet worden bepaald op basis van de slotkoersen na beursgang.