Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[adres].
Rechtbank Noord-Holland
Op 14 juni 2011 vond in Alkmaar een gewelddadige overval plaats waarbij drie slachtoffers werden beroofd van een tas met circa €29.250,-. Verdachte en vier medeverdachten werden vervolgd voor medeplegen van deze overval, waarbij geweld werd gebruikt, waaronder het richten van een vuurwapen en het spuiten van traangas.
De officier van justitie stelde dat de verdachten gezamenlijk de overval hadden voorbereid en uitgevoerd, mede op basis van telefoongegevens die onderlinge contacten aantoonden. De verdediging betoogde dat verdachte niet aan het signalement voldeed, geen sporen in de vluchtauto werden gevonden en dat de telefoongegevens onvoldoende bewijs vormden voor nauwe samenwerking.
De rechtbank achtte de betrokkenheid van verdachte aannemelijk, maar vond niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte uitvoeringshandelingen had verricht of nauw en bewust had samengewerkt met de overvallers. De identiteit van de drie daadwerkelijke overvallers bleef onduidelijk. Ook de inhoud van de telefoongesprekken bleef onbekend, waardoor het bewijs onvoldoende was voor een veroordeling.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Tevens werden de schadevorderingen van de benadeelden afgewezen wegens het ontbreken van bewezenverklaring. Het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen van de overval.