Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
€ 450
€ 450”
Rechtbank Noord-Holland
De gemeente Velsen legde aan eiseres een aanslag hondenbelasting voor 2013 op, welke zij betwistte wegens vermeende overschrijding van de lasten die met het hondenbeleid samenhangen. De rechtbank oordeelt dat de hondenbelasting een algemene belasting is die de gemeente mag bestemmen als doelbelasting, maar dat de opbrengst niet beperkt is tot de geraamde lasten van het hondenbeleid.
Eiseres stelde dat het tarief te hoog was en dat de opbrengst boven de lasten uitging, mede omdat de gemeente niet duidelijk kon aangeven waar het geld aan werd besteed en ook kosten voor andere doeleinden, zoals paardenmest, werden gemaakt. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad dat gemeenten in redelijkheid onderscheid mogen maken tussen hondenhouders en andere dierenhouders en dat een opbrengstlimiet niet geldt voor deze belasting.
De rechtbank concludeert dat de verordening hondenbelasting niet onverbindend is en dat het beroep ongegrond is. Er is geen reden om de aanslag te vernietigen en de kostenveroordeling wordt achterwege gelaten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag hondenbelasting 2013 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.