Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker 1],
Stichting Zaan Primair, te Zaandam.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 mei 2014 waarbij de voorwaarde is ingetrokken dat drie bomen pas mogen worden gekapt nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden. De voorzieningenrechter stelt vast dat het besluit van 7 mei 2014 een wijziging van het eerdere besluit betreft en dat het beroep van verzoekers mede daarop betrekking heeft.
De intrekking van de voorwaarde maakt het mogelijk om direct te starten met de kap van de bomen, hetgeen van belang is voor de spoedige aanvang van bouwwerkzaamheden aan een basisschool. Verweerder heeft aangegeven dat de bomen geen monumentale of beeldbepalende waarde hebben en dat er een groot maatschappelijk belang is bij snelle realisatie van het bouwplan.
Verzoekers hebben onvoldoende onderbouwd dat de bomen beeldbepalend zijn in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening en de beleidsregel. Bovendien is bepaald dat omwonenden ten minste vijf dagen voorafgaand aan de kap schriftelijk worden geïnformeerd, zodat zij rechtsmiddelen kunnen aanwenden.
De voorzieningenrechter weegt het belang van de derde partij bij spoedige bouwstart zwaarder dan het belang van verzoekers en concludeert dat verzoekers niet onevenredig in hun belangen zijn geschaad. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de voorwaarde voor kap van bomen wordt afgewezen.