Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 december 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 22 april 2014.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn in gemeenschap van goederen getrouwd en hebben na hun echtscheiding een convenant gesloten over de verdeling van hun vermogen en pensioenverevening. De vrouw vordert vernietiging van dit convenant wegens dwaling en misbruik van omstandigheden, stellende dat zij voor meer dan een kwart benadeeld is en onder druk heeft getekend.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat zij in een abnormale geestestoestand verkeerde of dat de man hiervan op de hoogte was en misbruik heeft gemaakt. Ook heeft zij niet gesteld dat zij ten aanzien van de waarde van goederen heeft gedwaald, waardoor het bewijsvermoeden van artikel 3:196 lid 2 BW Pro niet van toepassing is.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. De afspraken over verdeling en pensioenverevening blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot vernietiging van het convenant af wegens onvoldoende onderbouwing van dwaling en misbruik van omstandigheden.