Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[gedaagde],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling.
2.De beoordeling
527,00
Rechtbank Noord-Holland
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de opheffing van een beslag dat sinds 18 januari 1980 op haar woning rust. De dagvaarding is op 10 juli 2014 betekend aan de gekozen woonplaats van gedaagde, een deurwaarderskantoor dat het beslag destijds heeft gelegd en ingeschreven bij het kadaster. Ondanks het feit dat het beslag al 34 jaar oud is, wordt deze wijze van betekening als geldig erkend.
De voorzieningenrechter constateert dat de dagvaarding ruim zes weken voor de zitting is uitgebracht, zodat gedaagde voldoende tijd heeft gehad om kennis te nemen en verweer te voeren. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot opheffing van het beslag niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten, met wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de mogelijkheid tot verzet en hoger beroep wordt toegelicht.
Uitkomst: Het beslag van 1980 wordt opgeheven en verstek wordt verleend tegen de niet verschenen gedaagde.