ECLI:NL:RBNHO:2014:8345
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging gezamenlijk gezag en geslachtsnaam minderjarigen
De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen te wijzigen zodat zij het gezag alleen zou krijgen, en daarnaast om analoge toepassing van artikel 1:253t lid 5 BW voor wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen. De vader verzette zich tegen beide verzoeken en stelde dat het gezag gezamenlijk moest blijven en dat het verzoek tot geslachtsnaamwijziging niet ontvankelijk was.
De rechtbank overwoog dat ondanks de verstoorde relatie en het ontbreken van contact tussen de ouders, het gezamenlijk gezag kan voortduren zolang er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken. De moeder had niet voldoende aangetoond dat wijziging van het gezag in het belang van de minderjarigen noodzakelijk was. Ook het verzoek tot geslachtsnaamwijziging kon niet slagen omdat niet aan de wettelijke voorwaarden was voldaan en een beroep op artikel 3 IVRK Pro niet kon leiden tot het opzijzetten van de wet.
De rechtbank wees het verzoek van de moeder af en bevestigde het gezamenlijk gezag. De minderjarigen behouden hun huidige geslachtsnaam. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging gezamenlijk gezag en geslachtsnaamwijziging van de minderjarigen wordt afgewezen.