ECLI:NL:RBNHO:2014:8433
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid officier van justitie tot invordering en inhouding rijbewijs na weigering ademanalyse
Op 22 januari 2014 diende klager een klaagschrift in tegen de invordering en het onder zich houden van zijn rijbewijs door de Koninklijke Marechaussee en de officier van justitie. De verdenking betrof het niet opvolgen van een bevel tot medewerking aan een ademanalyse op 20 december 2013 te Schiphol, in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
De rechtbank beoordeelde of de officier van justitie op grond van artikel 164, vierde lid, Wegenverkeerswet 1994 bevoegd was het rijbewijs langer in te houden. Dit is slechts toegestaan indien er op basis van feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling van een dergelijk strafbaar feit.
De rechtbank concludeerde dat het dossier en de documentatie geen ernstig vermoeden van herhaling bevatten. Daarom is de officier van justitie niet bevoegd het rijbewijs langer in te houden. Het klaagschrift werd gegrond verklaard en de teruggave van het rijbewijs gelast.
De rechtbank merkte op dat de politierechter in de strafzaak alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid kan opleggen die langer duurt dan de periode van invordering en inhouding.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs omdat de officier van justitie niet bevoegd is het langer in te houden zonder ernstig vermoeden van herhaling.