Uitspraak
Uitspraak
1.De procedure
2.De beoordeling
.
De rechtbank stelt voorop dat zij, in hetgeen de man heeft aangevoerd, geen aanleiding ziet om af te wijken van het advies van de Werkgroep Alimentatienormen om bij het vaststellen van de behoefte van een minderjarige rekening te houden met het kindgebonden budget. Gebleken is dat de vrouw geen aanspraak maakt op een kindgebonden budget omdat het inkomen van haar huidige partner te hoog is. De man maakt daarentegen ten behoeve van [minderjarige 1] wel aanspraak op een kindgebonden budget ter hoogte van € 624,- per jaar in 2013, derhalve van € 52,- per maand. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de behoefte van [minderjarige 1] dient te worden berekend aldus (€ 174,- + € 335,- -/- € 52,- =) € 457,- per maand. De behoefte van [minderjarige 2] bedraagt naar het oordeel van de rechtbank (€ 174,- + € 139,- =) € 313,- per maand. Vervolgens dient te worden bekeken welke bijdrage partijen dienen te betalen in de kosten van [minderjarige 2].
Draagkracht vrouw
Draagkracht man