Uitspraak
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en dat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
Verdachte werd beschuldigd van het voorbereiden van brandstichting in zijn woning door het bezit van jerrycans met benzine en hout. De officier van justitie en verdediging pleitten beiden tot vrijspraak.
Tijdens de zitting verklaarde verdachte dat de benzine en het hout bedoeld waren voor het tanken van zijn auto en het stoken van zijn houtkachel, hetgeen werd bevestigd door zijn ex-echtgenote als getuige. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de goederen bestemd waren voor brandstichting en sprak verdachte vrij.
Daarnaast werden diverse in beslag genomen kledingstukken en een helm teruggegeven aan verdachte. De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf af, omdat verdachte niet schuldig was bevonden aan het nieuwe ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting en de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wordt afgewezen.