ECLI:NL:RBNHO:2014:8673
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurder aansprakelijk voor niet aangegeven omzetbelasting ondanks psychische klachten
Eiser was bestuurder van [A] BV, dat zich bezighield met groothandel in verpakkingsfolie en leverde aan Nederlandse bedrijven waarbij omzetbelasting werd berekend. De Belastingdienst stelde eiser hoofdelijk aansprakelijk voor niet aangegeven omzetbelasting over 2008 tot en met 2010, een bedrag van € 612.077.
Eiser voerde psychische klachten aan, ondersteund door psychiatrische verslagen, en stelde dat hij zich niet bewust was van de gevolgen van het ontbreken van een juiste opgave. De rechtbank oordeelde echter dat eiser, gezien zijn zakelijke achtergrond, internationale contacten en het feit dat hij wel omzetbelasting aangaf voor zijn persoonlijke activiteiten, wel degelijk opzet had om geen omzetbelasting aan te geven.
De rechtbank verwierp de melding betalingsonmacht van eiser als niet-rechtsgeldig en stelde vast dat eiser hoofdelijk aansprakelijk is op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990. Ook werd zijn handelen aangemerkt als kennelijk onbehoorlijk bestuur, mede vanwege betalingen aan een Zwitserse vennootschap die niet beschikbaar waren voor reguliere betalingen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd niet veroordeeld tot proceskosten. De uitspraak bevestigt dat bestuurders aansprakelijk kunnen worden gesteld voor niet nagekomen belastingverplichtingen, ook bij psychische klachten, indien opzet en onbehoorlijk bestuur aannemelijk zijn.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiser voor de niet aangegeven omzetbelasting.