Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, verweerder
de besloten vennootschap Aannemersbedrijf De Leeuw B.V., te Schagen.
Procesverloop
Overwegingen
“Nieuwe functies die de recreatie en toerisme in het gebied ondersteunen zijn mogelijk,
“Er zijn geen principiële bezwaren tegen de functie van één-kamer-hotel en tegen de plek. (…) Men zou zelf niet hiervoor kiezen, maar moet je het dan ook tegenhouden? Bij zo’n overweging moet de cultuurhistorie de doorslag geven. Als voor een molen wordt gekozen zijn een houtzaagmolen en een watermolen het minst passend en een korenmolen het meest passend. Die hebben vroeger namelijk op allerlei locatietypen gestaan. (…).”De rechtbank is van oordeel dat eisers sub 1 de overwegingen van verweerder en de ARO onvoldoende gemotiveerd hebben bestreden.
“(…)Hoewel de ARO twijfels heeft over het realiseren van een historisch molentype op deze niet-historische locatie, mede vanwege de precedentwerking die hieruit kan voortvloeien, wil de ARO positief adviseren. Dit omdat de ARO geen principiële bezwaren heeft tegen een bijzonder en zichtbaar bebouwingselement op deze locatie en er gekozen wordt voor het op deze locatie best passende molentype, namelijk dat van de korenmolen. (…) Daarbij heeft de ARO als randvoorwaarde dat bebouwing en verharding in het bestemmingsplan strikt worden vastgelegd, zodat op deze groene locatie geen verdere doorgroei van bebouwing en activiteiten mogelijk is”.
“De gemeente heeft toegezegd (…) de vigerende dagrecreatieve bestemming van het gebied ten zuiden ten oosten van de Schagerwiel, op grond waarvan ook het oprichten van gebouwen mogelijk is, in het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan voor het landelijke gebied, te herzien tot agrarische doeleinden.”
Beslissing
mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
12 september 2014.