Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[gedaagde2],
[gedaagde4],
[gedaagde6],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 mei 2015;
- het proces-verbaal van comparitie van 20 oktober 2015 met de daarin vermelde stukken;
- de brief van mr. M. de Waal van 27 oktober 2015 met opmerkingen over het proces- verbaal.
2.De feiten
[de rechtbank: VBM v.o.f.]”, gedateerd 7 december 2009. In dat concept staat onder meer dat de gemeente aan VBM v.o.f. bouwrijpe kavels verkoopt voor de realisatie van woningen in het plangebied De Draai.
[de rechtbank: [F.]]snel een afspraak willen maken om eea door te nemen en af te wikkelen. Laat svp weten.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
.Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen (vgl. HR 14 juni 1996, NJ 1997/481; HR 4 oktober 1996, NJ 1997/65).
904,00(2 punten × tarief € 452,00)