ECLI:NL:RBNHO:2015:1049
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.M. Rutten
- R.A. Otter
- D. Gruijters
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van circa 2,94 kg cocaïne via Schiphol met voorwaardelijk opzet
Op 19 november 2014 werd verdachte bij een douanecontrole op Schiphol betrapt met een koffer waarin 142 chocoladebonbons zaten, waarvan één was geopend en een witte substantie bevatte die later door het Douanelaboratorium als cocaïne werd bevestigd. Verdachte verklaarde niet te weten wat hij vervoerde, maar wel dat het iets illegaals was en dat hij daarvoor een beloning zou ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte, gelet op zijn verklaring dat hij pakketjes moest meenemen voor een ander en de algemene bekendheid van cocaïne-invoer uit Colombia, had moeten controleren wat hij vervoerde. Door dit na te laten heeft hij voorwaardelijk opzet gehad op het binnenbrengen van cocaïne.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een bedrag van 500 euro verbeurd verklaard, omdat dit geld verband hield met het plegen of voorbereiden van het strafbare feit.
De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne bestemd voor handel, en de maatschappelijke gevolgen van drugshandel. De rechtbank vond geen aanleiding af te wijken van de strafeis van de officier van justitie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van 500 euro voor invoer van cocaïne.