ECLI:NL:RBNHO:2015:1050
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A. Otter
- A.C.M. Rutten
- D. Gruijters
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van 1,3 kilogram cocaïne via Schiphol
Op 6 november 2014 werd verdachte op Schiphol aangehouden na een douanecontrole waarbij in zijn boxershort vier pakketten met in totaal 1,3 kilogram cocaïne werden aangetroffen. Verdachte gaf deels toe drugs te vervoeren, maar betwistte dat het cocaïne betrof. De rechtbank stelde vast dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het vervoeren van cocaïne, omdat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om cocaïne ging.
De verdediging voerde aan dat de lijfsvisitatie onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld, maar de rechtbank verwierp dit omdat douanebeambten bevoegd zijn controles uit te voeren zonder verdenking. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en stelde vast dat het handelen strafbaar was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. De straf werd bepaald op basis van de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne bestemd voor handel en de maatschappelijke gevolgen van drugshandel. De eis van de officier van justitie werd gevolgd zonder afwijkingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor invoer van 1,3 kilogram cocaïne.