ECLI:NL:RBNHO:2015:10668

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 oktober 2015
Publicatiedatum
7 december 2015
Zaaknummer
4433220
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 WAHVWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering gijzeling wegens onvoldoende bewijs betalingsvermogen betrokkene

De officier van justitie heeft een vordering ingediend tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling wegens het niet betalen van een administratieve geldboete opgelegd aan betrokkene. De zaak is behandeld op 1 oktober 2015, waarbij betrokkene niet is verschenen.

De rechtbank overweegt dat gijzeling slechts in uiterste noodzaak kan worden toegepast en alleen als vaststaat dat de betrokkene kan, maar niet wil betalen. De officier van justitie stelde dat er sprake was van betalingsonwil en niet van betalingsonmacht.

De kantonrechter oordeelt echter dat onvoldoende is gebleken dat betrokkene over voldoende financiële middelen beschikt om de boete te voldoen. De deurwaarder heeft geen verhaalsmogelijkheden gevonden, en het enkele feit dat betrokkene als kentekenhouder van een ander voertuig staat geregistreerd, is onvoldoende bewijs van betalingsvermogen. Ook het ontbreken van registratie in het Centraal Curatele- en Bewindregister en het Centraal Insolventieregister, alsmede het niet melden van betalingsonmacht aan het CJIB of de deurwaarder, rechtvaardigen geen andere conclusie.

Daarom wordt de vordering tot gijzeling afgewezen omdat het dwangmiddel niet gerechtvaardigd is.

Uitkomst: De vordering tot het toepassen van gijzeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betalingsvermogen en betalingsonwil.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton – locatie Zaanstad
Zaaknr.: 4433220 \ WM VERZ 15-1297
CJIB-nummer: [nummer]
Uitspraakdatum: 15 oktober 2015
Beslissing op een vordering als bedoeld in artikel 28 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van:
[betrokkene]
[adres]
[woonplaats]
hierna te noemen betrokkene.

Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft een vordering ingesteld om te worden gemachtigd tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling, voor de duur van het in de vordering genoemde aantal dagen. De vordering is gegrond op het feit dat aan betrokkene een administratieve sanctie, een geldboete, is opgelegd en dat deze sanctie en de verhogingen niet zijn betaald.
De zaak is behandeld ter zitting van 1 oktober 2015. Ter zitting is niemand verschenen.

Overwegingen

Gijzeling is een dwangmiddel waartoe alleen in uiterste noodzaak mag worden overgegaan en is bedoeld om degene die wel kan, maar niet wil betalen, tot betaling aan te zetten. Een machtiging tot het toepassen van dit dwangmiddel kan dan ook alleen worden gegeven als blijkt dat degene aan wie de geldboete is opgelegd, deze kan betalen.
De officier van justitie heeft onder verwijzing naar de overgelegde stukken gesteld dat geen sprake is van betalingsonmacht, maar van betalingsonwil.
De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat betrokkene in staat is tot het betalen van de geldboete en dat sprake is van betalingsonwil. Uit de door de officier van justitie overgelegde stukken blijkt immers dat de deurwaarder geen verhaalsmogelijkheden heeft gevonden. Gelet op genoemde stukken en de daaruit naar voren komende concrete omstandigheden van dit geval, is het enkele feit dat betrokkene na de pleegdatum in deze zaak als kentekenhouder van een (ander) voertuig werd geregistreerd, onvoldoende om aan te nemen dat betrokkene toereikende financiële middelen tot zijn beschikking heeft om de boete te kunnen betalen. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat betrokkene niet is opgenomen in het Centraal Curatele- en bewindregister of het Centraal Insolventieregister, en niet aan het CJIB of de deurwaarder heeft laten weten niet te kunnen betalen. Toepassing van het dwangmiddel gijzeling is daarom niet gerechtvaardigd. De vordering van de officier van justitie zal dus worden afgewezen.

De beslissing

De kantonrechter:
 wijst de vordering af.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier
De kantonrechter