ECLI:NL:RBNHO:2015:10861
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming pleegmoeder tot voogd
De rechtbank Noord-Holland heeft op 9 december 2015 besloten het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige te beëindigen vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en het onvermogen van de moeder om de verzorging en opvoeding adequaat te dragen. De minderjarige verblijft sinds juni 2014 in een pleeggezin waar zij zich positief ontwikkelt, terwijl het contact met de moeder al ruim een jaar zeer verstoord is.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming (WSJ) als voogd aan te wijzen, gezien de verstoorde familieverhoudingen en de financiële situatie van de pleegouders. De pleegmoeder en de minderjarige zelf gaven echter aan de voorkeur te geven aan de pleegmoeder als voogd, mede vanwege de bestaande relatie en de frequente wisselingen van gezinsvoogden bij WSJ.
De rechtbank oordeelde dat de pleegmoeder voldoende pedagogische kwaliteiten bezit en dat de weerstand tegen WSJ als voogd bij zowel de minderjarige als de pleegmoeder te groot is, waardoor de voordelen van WSJ als voogd teniet worden gedaan. Daarom werd besloten de pleegmoeder tot voogd te benoemen en het gezag van de moeder te beëindigen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder wordt beëindigd en de pleegmoeder wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.