Uitspraak
Op donderdag 20 maart 2014, omstreeks 21.29 uur, kwam er een telefonische melding binnen bij de politie dat een bebloede man op de bank zou liggen op het adres [adres] te Den Hoorn. Politieagenten zagen voor de woning een man en een vrouw staan, welke ook op dat adres zouden wonen. De man wees de agenten in welke woning de bebloede man lag. Ter plaatse troffen twee agenten het slachtoffer [slachtoffer] aan op de bank met vermoedelijk een schotwond in zijn hoofd. Er lag bloed op de bank en op de grond. Een van de agenten controleerde de vitale functies van het slachtoffer en voelde dat het slachtoffer mogelijk nog een zwakke pols had en warm aanvoelde. Vervolgens werd er door de agenten gestart met reanimatie, die werd overgenomen door het ambulancepersoneel toen dat ter plaatse was gekomen. De reanimatie werd gestopt toen duidelijk werd dat het slachtoffer was overleden. Er werd geen vuurwapen in de nabijheid van het lichaam van het slachtoffer aangetroffen, hierdoor werd zelfmoord uitgesloten. De woning en directe omgeving werden als plaats delict aangemerkt.