Eiser, een politieambtenaar, werd bij een primair besluit toegewezen aan de LFNP-functie Sectorhoofd (schaal 14) met ingang van 1 januari 2012. Later stelde verweerder een wijzigingsbesluit vast waarin de werkzaamheden van eiser per 1 september 2012 op detacheringsbasis werden aangeduid als 'elders werkzaam exec', wat volgens de transponeringstabel niet leidt tot een LFNP-functie. Eiser stelde beroep in tegen dit wijzigingsbesluit omdat hij meende ten onrechte niet opnieuw te zijn gematcht met de functie Sectorhoofd.
Tijdens de zitting bleek dat het wijzigingsbesluit geen verandering bracht in de reeds toegekende LFNP-functie Sectorhoofd. Eiser erkende dat hij zich in deze functie kon vinden. De rechtbank concludeerde dat eiser geen procesbelang had bij het beroep omdat hij zijn gewenste functie behoudt. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en droeg hem op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden, omdat verweerder pas na het instellen van het beroep opheldering gaf over de strekking van het wijzigingsbesluit. De proceskosten werden vastgesteld op €980,- en het griffierecht op €165,-.