Verzoekster, dochter van de heer die een geregistreerd partnerschap aanging met een terminale partner, verzocht de rechtbank dit partnerschap nietig te verklaren wegens geestelijke stoornis van haar vader bij het aangaan. De man was op dat moment ernstig vergeetachtig en emotioneel verward, wat werd ondersteund door medische verklaringen en getuigenissen.
De rechtbank overwoog dat het aangaan van een geregistreerd partnerschap zware rechtsgevolgen heeft en dat een hoge toets geldt voor nietigverklaring op grond van geestelijke stoornis. Uit de omstandigheden, waaronder het testament en de medische situatie, bleek dat de man niet in staat was de betekenis van zijn verklaring te begrijpen.
Daarom werd het verzoek toegewezen en het geregistreerd partnerschap nietig verklaard met terugwerkende kracht tot het moment van aangaan. Dit beschermt de nalatenschap en belangen van de dochters tegen onbedoelde gevolgen van het partnerschap.