ECLI:NL:RBNHO:2015:11922

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 september 2015
Publicatiedatum
11 februari 2016
Zaaknummer
C/15/232478 / HA RK 15/152
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 lid 2 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek afgewezen wegens gebrek aan motivering over onpartijdigheid rechter

Verzoekster heeft bij schriftelijk bericht een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een lopende zaak. Volgens artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet een wrakingsverzoek gemotiveerd zijn met feiten of omstandigheden die het vermoeden van partijdigheid of gebrek aan onafhankelijkheid van de rechter rechtvaardigen.

In dit geval heeft verzoekster in haar 14 pagina's tellende verzoek geen enkele feitelijke onderbouwing gegeven die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekt. Hierdoor is het verzoek niet gemotiveerd en derhalve kennelijk niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer heeft op grond van het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland besloten het verzoek buiten behandeling te stellen en geen mondelinge behandeling te plannen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering en buiten behandeling gesteld.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/232478 / HA RK 15/152
zaaknummer kanton: 4202340 CV EXPL 15-234
Beslissing van 23 september 2015
op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. J.S. Reid, kantonrechter,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1.
Verzoekster heeft bij schriftelijk bericht van 22 september 2015 de wraking verzocht van de rechter in deze rechtbank, locatie Alkmaar, sectie Kanton, in de zaak met bovenvermeld zaaknummer, hierna te noemen: de hoofdzaak, waarin verzoekster de verwerende partij is.
1.2.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv.) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.
Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.
2.2.
Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 37 lid 2 Rv Pro. gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn.
Verzoekster heeft echter in het 14 bladzijden tellende schriftelijke wrakingsverzoek helemaal
nietsover (on)partijdigheid of onafhankelijkheid van de gewraakte rechter vermeld. Aangezien het verzoek niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.
2.3.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/ Organisatie/ Rechtbanken/ Rechtbank Noord-Holland/ Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

4.Beslissing

De rechtbank:
4.1.
verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
4.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de eisende partij in bovenvermelde procedure een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
4.3.
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek en beveelt dat die zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team kanton, locatie Alkmaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, plaatsvervangend voorzitter,
in tegenwoordigheid van D.M.J. van den Biggelaar, griffier,
ter openbare terechtzitting van
25 november 2014.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.