ECLI:NL:RBNHO:2015:1201
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Redelijke vaststelling kinderalimentatie bij gewijzigde draagkracht en kindregelingen
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin de vrouw een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind vorderde. De man betwistte de hoogte van de behoefte en stelde dat hij niet draagkrachtig was voor het gevorderde bedrag. De rechtbank stelde de behoefte van het kind vast op €355 per maand, verminderd met het kindgebonden budget, resulterend in een eigen aandeel van €270.
De draagkracht van de man werd berekend op €126 per maand en die van de vrouw op €25 per maand. Omdat de gezamenlijke draagkracht onvoldoende was om volledig in de behoefte te voorzien, werd de bijdrage van de man vastgesteld op €126 per maand met ingang van 19 mei 2014. Met ingang van 1 januari 2015 wijzigde de Wet hervorming kindregelingen de financiële situatie; de vrouw ontving sindsdien ook de alleenstaande ouderkop.
De rechtbank vond het onredelijk om de bijdrage ongewijzigd te laten en stelde de bijdrage vanaf 1 januari 2015 vast op €60 per maand, waarbij rekening werd gehouden met het kindgebonden budget en de zorgkorting van de man. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De man moet €126 per maand betalen vanaf 19 mei 2014 en €60 per maand vanaf 1 januari 2015 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.