Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
GCA Events B.V.,
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad in 2009 in dienst bij GCA Events B.V. en werkte als cateringmedewerkster/interieurverzorgster bij Cargill via een payroll-constructie. In 2015 beëindigde Cargill het vertrouwen in de werknemer en wilde haar niet langer tewerkstellen. GCA bood daarop ander passend werk aan, dat de werknemer weigerde vanwege reistijd en zorgverplichtingen.
GCA verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen van de werknemer op grond van weigering passend werk en vroeg een verklaring dat geen transitievergoeding verschuldigd zou zijn. De werknemer voerde verweer en stelde dat er sprake was van een opzetje tussen GCA en Cargill en dat zij recht had op behoud van haar werk. Tevens verzocht zij subsidiair om een billijke vergoeding of transitievergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat het vervallen van de arbeidsplaats bij Cargill niet aan de werknemer te wijten was, maar dat de weigering van passend werk door de werknemer verwijtbaar was. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 9 januari 2016. Omdat er geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen, werd de werknemer wel recht toegekend op een transitievergoeding van € 1.945,20 bruto. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verwijtbaar handelen van de werknemer en de werkgever moet een transitievergoeding betalen.