ECLI:NL:RBNHO:2015:1336
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van cocaïne met deels voorwaardelijke gevangenisstraf en reclasseringstoezicht
De rechtbank Noord-Holland heeft op 23 januari 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die ten laste werd gelegd op 11 oktober 2014 op Schiphol een hoeveelheid cocaïne binnen Nederland te hebben gebracht.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was, de rechtbank bevoegd was, en de officier van justitie ontvankelijk was. Verdachte heeft tijdens de terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd. Het bewijs bestond uit het proces-verbaal van aanhouding en onderzoek, en een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk circa 620 gram cocaïne invoerde, een hoeveelheid die bestemd was voor verdere verspreiding. Verdachte werd strafbaar verklaard en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 210 dagen, waarvan 101 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder reclasseringstoezicht en verblijf in een instelling voor begeleid wonen (Exodus te Utrecht).
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de schadelijkheid van cocaïne, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die jong en kwetsbaar is en hulpverlening nodig heeft. De rechtbank achtte een vrijheidsbenemende straf passend, maar koos voor een deels voorwaardelijke straf met begeleiding om recidive te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 210 dagen gevangenisstraf, waarvan 101 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en verblijf in begeleid wonen.