Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Vonnis in de zaak van:
Gemeente Hoorn, gevestigd en kantoorhoudende te Hoorn
Rechtbank Noord-Holland
De Gemeente Hoorn vorderde betaling van €1.674,31 wegens stookkosten over de huurperiode van een opslagruimte die door [gedaagde] werd gehuurd van medio april 2011 tot medio april 2012. De vordering was gebaseerd op meterstanden van Ista en een factuur uit oktober 2013, die door [gedaagde] werd betwist.
De kantonrechter stelde vast dat na afloop van de huurovereenkomst geen meterstanden waren opgenomen en dat de factuur pas na ruim anderhalf jaar werd verzonden. De gemeente had de hoge rekening zelf als extreem bestempeld en had onvoldoende onderzoek gedaan naar de juistheid van de meterstanden na protesten van [gedaagde].
Ook was niet aannemelijk dat het lokaal intensief werd verwarmd, aangezien het slechts enkele uren per week werd gebruikt voor opslag van piano’s en vleugels. Het weer in de winter van 2011/2012 was zacht en zonnig, wat het hoge verbruik onwaarschijnlijk maakte.
De overgelegde verdelings- en opnameformulieren ondersteunden de vordering niet, mede omdat andere huurders met grotere ruimtes lagere kosten in rekening werden gebracht. De kantonrechter concludeerde dat de grondslag van de vordering niet was komen vast te staan en wees de vordering af. De proceskosten kwamen voor rekening van de Gemeente Hoorn.
Uitkomst: De vordering van de Gemeente Hoorn tot betaling van energiekosten wordt afgewezen.