Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
4.Verweer
5.Beoordeling
aanvullendverzoekschrift van 7 mei 2014. Dit alleen al maakt dat de rechtbank oordeelt dat niet aannemelijk is gemaakt dat het door de man gestelde gedrag van de vrouw een dusdanig uitwerking op hem heeft gehad dat van hem in redelijkheid niet meer kan worden gevergd dat hij bijdraagt in het levensonderhoud van de vrouw. Van zodanige omstandigheden, dat aan de lotsverbondenheid tussen partijen een einde is gekomen door de gedragingen van de vrouw, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake.