ECLI:NL:RBNHO:2015:2296
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen handhavingsbesluit voor steiger, ongegrond voor berging
Eiser werd door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, gelast de steiger en berging naast zijn woonboot te verwijderen. Tegen dit handhavingsbesluit werd beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is voor zover het de steiger betreft, omdat deze inmiddels was vergund en het primaire besluit daarom herroepen moet worden.
Voor de berging oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht handhavend heeft opgetreden, omdat hiervoor geen omgevingsvergunning is aangevraagd en geen vergunningvrijstelling van toepassing is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de berging alsnog gelegaliseerd kan worden.
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten in de bezwaarfase af, omdat de herroeping van het primaire besluit niet te wijten is aan een onrechtmatigheid van het bestuursorgaan. Wel wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten in hoger beroep. De uitspraak vervangt het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de steiger en ongegrond voor de berging; het primaire besluit wordt herroepen voor de steiger en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.